Najaarscongres Hartmans Netwerk in Rotterdam: Transformeren kun je leren

Jelle RinzemaBijeenkomsten0 Comments

Transformaties. Schering en inslag in ons land. In het sociaal domein zijn de kruitdampen nog niet opgetrokken of de Omgevingswet staat alweer voor de deur. Met Rotterdam – stad die symbool sinds het bombardement van 1940 symbool staat voor transformatie – als decor stelden we elkaar in november de vraag wat transformeren is en hoe wij daar een bijdrage aan kunnen leveren.

Samengevat: Einstein wist het eigenlijk al: je kunt een probleem niet oplossen met dezelfde manier van denken als  het veroorzaakt heeft. Transformeren is anders denken, anders kijken, met en voor de mensen om wie het gaat. Transformeren is loskomen van het bestaande, buiten de gebaande paden en ook uit je eigen comfortzone treden. En, wie dat nog niet complex genoeg vindt, is er gelukkig ook de politiek-bestuurlijke omgeving waarin we werken.

Het congres startte met een indrukwekkend bezoek aan Museum ’40-’45’, een museum over het Rotterdamse bombardement, de oorlogsjaren en de wederopbouw.

 

Met deze fysieke transformatie van de stad Rotterdam in ons achterhoofd bracht de watertaxi (want als je in Rotterdam bent, moet je uiteraard ook over het water reizen) ons naar de volgende locatie. Daar nam Jean Paul Gebben (lid van onze raad van advies) ons mee in het omdenken aan de hand van een casus die hij als toenmalig burgemeester van Renkum had mee gemaakt. De kern:
Transformatie en verandering worden te pas en te onpas door elkaar gebruikt in organisaties. Het verschil is echter erg groot. Veranderen is een proces waarbij we van een ‘ist-situatie’ naar een ‘soll-situatie’ willen komen. In de praktijk echter gaat het grootste deel van de energie zitten in het wegkomen bij de bestaande situatie (“We doen het al jaren zo” en de angst die mensen hebben om te veranderen). Transformatie gaat niet uit van een proces van A naar B, van Ist naar Soll, maar gaat uit van iets nieuws.

Jean Paul spiegelde ons op onze neiging tot ‘veranderen’ en een handreiking te bieden om in plaats daarvan te ‘transformeren’. En dat betekent ook, of eigenlijk vooral, buiten de gebaande paden denken. De standaard analyse waarin alle belangen worden afgewogen zit er bij veel van ons goed in. Maar een oplossing kan ook op een andere manier worden bereikt. De uitdaging is daarbij om de politieke en ambtelijke werkelijkheid bij elkaar te brengen.

 

Na de lunch was het tijd voor een Rotterdamse transformatiecasus: programmamanager Anita Olsthoorn nam ons mee in hoe de gemeente Rotterdam de decentralisaties (de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet die van het Rijk en de provincie naar gemeenten zijn gegaan) oppakt.
Als oud-wethouder en nu raadslid en ambtenaar weet zij als geen ander wat de politieke, bestuurlijke en ambtelijke uitdagingen in deze opdracht zijn. Aan de hand van een concrete casus in de jeugdzorg laat zij ons vanuit perspectieven het beleid bekijken: vanuit de ouders, de hulpverlener, omstanders, het stadsbestuur, etc. Met veel ervaringsdeskundigen uit het sociaal domein in ons midden is dit voer voor een goede discussie.

Want wanneer doe je het als gemeente en als professional nu eigenlijk goed? De casus maakte duidelijk hoe verschillende perspectieven ontzettend kunnen botsen en dat je open moet staan voor de perspectieven van een ander om vervolgens met elkaar een oplossing te vinden.

 

De volgende dag startte met een ontbijt op niveau: op de 37ste verdieping van De Rotterdam en uitzicht op de Erasmusbrug. Daarna was het weer tijd voor een casus waarin transformatie centraal staat: de omgevingswet. Met de Omgevingswet bundelt de overheid de regels voor ruimtelijke projecten. Zo wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten.
Aan de hand van een uitgebreide toelichting van programmadirecteur Implementatie Omgevingswet Ineke van der Hee duiken we in de materie. Er zijn ontzettend veel organisaties (gemeenten, rijk, waterschappen en provincies) betrokken bij de implementatie en straks de uitvoering van de omgevingswet . Hoe zorgt de projectorganisatie dat iedereen betrokken blijft en het voor elkaar krijgt dat op 1 januari 2018 de wet wordt toegepast? En wat is er binnen de betrokken partijen nodig om de omgevingswet goed te kunnen implementeren? Daarover ontstond een interessante discussie, met als gedeeld standpunt dat het van organisaties, en daarmee van ambtenaren, flexibiliteit vraagt. Ook kwam hier nog in terug wat Jean Paul Gebben een dag eerder aangaf: er zijn mensen nodig die ‘binnen en buiten’, dus de publieke en ambtelijke wereld, bij elkaar kunnen brengen. De uitdaging ligt in het vroegtijdig integraal aan de slag gaan en samen met inwoners en organisaties de implementatie van de Omgevingswet vorm te geven.

Het programma in de middag richtte zich op onze persoonlijke vaardigheden om te transformeren: we stapten buiten onze comfortzone. Docente theatersport Frouke de Groot liet ons  deuren openen, vakanties plannen en interviews afnemen. Oefeningen die tot doel hadden om de ‘flexibele’ vaardigheden aan te spreken, naast de analytische vaardigheden die we zelf al in praktijk brengen. Allemaal oefeningen die ons lieten zien dat je ook in interactie kunt transformeren.

Reageer op dit artikel